Kwaliteitsbeeld Woonzorg in de
langdurige GGZ 2025
Het kwaliteitskader woonzorg in de langdurige GGZ is nieuw. De vragenlijst voor dit kwaliteitsbeeld is te beschouwen als een nulmeting: in welke mate zijn de bij CBZ aangesloten zorgondernemers bekend met de onderwerpen in dit kader, waar is ontwikkeling mogelijk en op welke manier kan CBZ daaraan bijdragen?
Het kwaliteitskader kent 5 pijlers: 'cliënten', 'naasten', 'professional', 'samenleving' en 'samenwerken'. Daarnaast benoemen wij een hoofdstuk 'leren en ontwikkelen'.
Er hebben 14 leden deelgenomen aan dit kwaliteitsbeeld. Dat is 62% van de leden waar dit kwaliteitskader op van toepassing is. De respons is voldoende representatief voor een reflectie op de implementatie van het kader.


Pijlers kwaliteitskompas woonzorg langdurige GGZ
Cliënten
Bij de leden van CBZ draait zorg om de mens. Onze leden nemen de tijd om deelnemers en bewoners echt te leren kennen en aan te sluiten bij wat zij nodig hebben. Zorg op maat, afgestemd op hun leven.
Woonzorg is maatwerk, omdat ieder mens anders is. Daarom maken de hulpverlener en de deelnemers samen een woonzorgplan. Hierin staan de wensen, krachten, dromen en behoeften van de cliënt. Het kan bijvoorbeeld gaan over wonen, werken, vrije tijd, sociale contacten, lichamelijke en mentale gezondheid of over administratie en geldzaken. Het actief betrekken van de deelnemer bij het ondersteuningsplan past goed bij onze kernwaarde gekend.

We vroegen in welke mate het werken met een zorgplan voldoet aan de richtlijn in het kwaliteitskader woonzorg in de langdurige ggz, aan de hand van vier stellingen:
Cliënten zijn actief betrokken bij het opstellen van het zorgplan en/of hun wens is zoveel mogelijk leidend.
Alle deelnemende zorgondernemers geven aan dat dit altijd (79%) of meestal (21%) het geval is.
Elke cliënt heeft een risico-inventarisatie en/of signaleringsplan en waar nodig heeft dit geleid tot afspraken of doelen in het zorgplan.
Alle deelnemende zorgondernemers geven aan dat dit altijd (71%) of meestal (29%) het geval is.
Naasten zijn actief betrokken bij het zorgplan, tenzij de cliënt hier nadrukkelijk bezwaar tegen heeft.
13 zorgondernemer geven aan dat dit altijd (43%) of meestal (50%) het geval is, bij 1 zorgondernemer is dit nooit het geval.
Cliënten hebben toegang tot ONS via Caren.
Deze stelling is het minst van toepassing: 14% altijd, 50% meestal, 29% zelden en 7% nooit.
Herstelondersteunende zorg: het leven weer oppakken
Herstel is voor iedereen anders. Het gaat over het hervinden van betekenis, het oppakken van het dagelijks leven en het leren omgaan met kwetsbaarheden. De ondersteuning van onze leden sluit aan bij het persoonlijke herstelproces van deelnemers en helpt bij het behouden of terugvinden van een waardevolle plek in de samenleving.
We vroegen de deelnemende zorgondernemers in welke mate zij bekend zijn met het begrip “herstelondersteunende zorg”. CBZ wil haar leden ondersteunen in het werken vanuit dit begrip. Twaalf leden zijn (deels) bekend met het begrip en twee leden niet. Op de vraag wat leden nodig hebben om herstelondersteunend werken te implementeren, gaven elf leden aan dat zij actuele informatie willen volgen via o.a. ggzstandaarden.nl, Movisie of kenniscentrumphrenos.nl. Daarnaast gaven zeven leden aan vooral van elkaar te willen leren, bijvoorbeeld via bijeenkomsten of scholing met andere leden. Vijf leden geven aan zelf scholing te volgen.

Cliëntervaringen
Binnen CBZ vinden we het belangrijk dat deelnemers zich gekend, veilig en thuis voelen op hun woonplek. Daarom luisteren onze leden actief naar cliëntervaringen en gebruiken zij deze ervaringen om de begeleiding en het dagelijks leven zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de wensen en behoeften van deelnemers.
Cliëntervaringen worden minimaal eens per twee jaar inzichtelijk gemaakt met een methode die past bij de zorgonderneming. De meeste leden gebruiken hiervoor een zelf ontwikkelde vragenlijst. Daarnaast maken enkele leden gebruik van methodieken zoals Vanzelfsprekend of Dit vind ik ervan. Van alle leden voert 50% jaarlijks een ervaringsonderzoek uit. Daarnaast heeft 29% in 2025 voor het laatst een onderzoek uitgevoerd en 21% in 2024.
De resultaten van cliënttevredenheidsonderzoeken worden binnen CBZ actief gebruikt om te leren en verbeteren. De uitkomsten worden altijd of meestal besproken met medewerkers. Bij 93% van de leden leiden de resultaten altijd of meestal tot verbeteringen in beleid of werkwijzen en bij 85% worden deze teruggekoppeld aan deelnemers of familie. Daarnaast leiden de resultaten bij 71% van de leden altijd of meestal tot scholing van medewerkers en bij 50% tot aanpassingen in zorgplannen.

Zeggenschap
Bij CBZ betekent zeggenschap van cliënten dat zij de regie houden over hun eigen zorg en samen beslissen over hun ondersteuning. Via een cliëntenraad kunnen bewoners en familie meedenken over belangrijke ontwikkelingen en besluiten binnen de organisatie.
Niet alle zorgondernemers zijn verplicht een cliëntenraad in te stellen, bijvoorbeeld wanneer zij minder dan 10 medewerkers hebben. Van de 14 zorgondernemers die deelnamen aan dit kwaliteitsbeeld, hebben er 7 een cliëntenraad. Eén zorgondernemer geeft aan wel verplicht te zijn, maar geen deelnemers te kunnen vinden. De overige 6 hebben de medezeggenschap op een andere manier georganiseerd, bijvoorbeeld via een bewoners- of deelnemersvergadering of een ouderraad.
Op coöperatieniveau heeft CBZ een Centrale Cliëntenraad (CCR), die de gezamenlijke belangen van deelnemers bij de leden behartigt.
Naasten
De hulpverlening is een samenwerking tussen cliënten, hulpverleners en familie of andere naasten. Naasten spelen een belangrijke rol in de woonzorg. Het gaat om mensen uit de directe omgeving die belangrijk zijn voor de cliënt en vertrouwen geven. De cliënt bepaalt zelf wie betrokken wordt en op welke manier dit gebeurt in het woonzorgplan. Daarbij is er aandacht voor een goede balans, zodat niemand wordt overvraagd, ook de naasten niet.
Sociaal netwerk
Bij CBZ kijken we naar de mens in zijn omgeving.
De betrokkenheid van het sociaal netwerk varieert per cliënt en per periode. Bij vijf zorgondernemers hebben de meeste cliënten geen sociaal netwerk, of wil de cliënt niet dat die betrokken is. Vier zorgondernemers geven aan dat de meeste van hun cliënten een sociaal netwerk hebben die betrokken is bij de zorg rond de cliënt. Wanneer er sprake is van betrokken naasten, dan worden zij vooral geraadpleegd als kennisbron en/of hulpbron. In 64% worden naasten betrokken bij het woonzorgplan. Ook geven acht leden aan dat naasten via het cliëntportaal Caren toegang hebben tot het dossier in Nedap ONS.
Het methodisch in kaart brengen van het sociaal netwerk gebeurt nog beperkt: drie leden gebruiken hiervoor een methode zoals Ecogram of Netwerkcirkel. De overige leden noteren wel de contactpersonen van de bewoner in ONS Nedap.
CBZ wil in 2026 de meerwaarde van het werken met en aan het sociale netwerk van bewoners, deelnemers en cliënten onder de aandacht brengen bij al haar leden.

Oog voor naasten
Het kwaliteitskader geeft aan dat het voor de zorgverlener zaak is om oog te hebben voor de draagkracht, de draaglast en het vermogen van de naasten. We vroegen hoe onze leden hier vorm aan geven. Ieder doet dat door het tonen van begrip en waardering voor naasten. Er is aandacht voor draaglast en draagkracht bij naasten (93%) en 57% biedt naasten kennis en praktische handvatten over hoe om te gaan met de (gevolgen) van kwetsbaarheden, krachten en mogelijkheden van cliënten. 36% heeft aandacht voor het voorkomen of verkleinen van stigmatisering, taboe en schaamte en 1 lid geeft aan dat zij onderlinge steun organiseren zodat naasten kennis en ervaring kunnen uitwisselen.
Professionals
Hulpverleners zijn goed opgeleid in het bieden van herstelondersteunende zorg. Zij sluiten aan bij de eigen kracht van cliënten en geven waar mogelijk ruimte aan eigen regie. Binnen de woonzorgorganisatie worden ook ervaringsdeskundigen ingezet. Daarnaast worden hulpverleners gestimuleerd om zich blijvend te ontwikkelen en te leren in hun werk.
We vroegen onze leden welke deskundigheid zij zelf in huis hebben, welke zij via CBZ of externe partijen inzetten en waar nog behoefte aan is. Over het algemeen is de deskundigheid goed geborgd, zowel intern als extern. Wel gaf één zorgorganisatie aan behoefte te hebben aan een ervaringsdeskundige en een andere aan een vaktherapeut.
De inzet van een ervaringsdeskundige is iets wat specifiek in het kwaliteitskader Woonzorg in de langdurige GGZ wordt benoemd.


Voor dit kwaliteitsbeeld is geïnventariseerd in welke mate ervaringsdeskundigen worden ingezet. Zeven zorgondernemers maken gebruik van ervaringsdeskundigen, intern of via een externe partij. Eén zorgondernemer wil dit graag inzetten, maar geeft aan dat er geen ervaringsdeskundige beschikbaar is. Zes zorgondernemers geven aan dat de inzet van ervaringsdeskundigheid niet van toepassing is of dat hier geen behoefte aan is. Tien zorgondernemers zetten ervaringsdeskundigheid niet of niet structureel in.
Vier zorgondernemers zetten ervaringsdeskundigen in om professionals te trainen in herstelgericht werken of om in teams de blik van de cliënt in te brengen. Drie zorgondernemers zetten ervaringsdeskundigen in voor directe ondersteuning van cliënten, zoals 1-op-1 gesprekken, groepsgesprekken of lotgenotencontact. Geen van de zorgondernemers zet ervaringsdeskundigheid in voor beleidsadvies aan het management.
CBZ wil verder onderzoeken welke kansen er zijn om de inzet van ervaringsdeskundigen te versterken.
Methodieken
CBZ vindt het belangrijk dat zorgondernemers gebruik maken van een passende methodiek. Daarom vroegen we: “Welke methodiek(en) gebruik je momenteel of wil je in de toekomst gaan gebruiken?” 57% maakt gebruik van ‘Geef me de 5’, 50% van ‘Triple C’, 21% van ‘Steunend relationeel handelen’ en 21% gebruikt andere methodieken, zoals de presentiebenadering en motiverende gespreksvoering.
Daarnaast vroegen we in hoeverre zorgondernemers bekend zijn met beroepsrichtlijnen en kwaliteitsstandaarden, zoals ggzstandaarden.nl, akwaggz.nl, Trimbos-instituut en zorginzicht.nl. 71% geeft aan hier goed tot redelijk mee bekend te zijn.
Deskundigheid zelf in huis
Deskundigheid via andere partij
Geen behoefte aan /n.v.t.
Deskundigheid niet beschikbaar, wel behoefte aan
Deskundigheid via CBZ
Innoveren
Door de uitdagingen in de zorg is het belangrijk om te blijven innoveren (sociaal en/ of technologisch) en continu te leren van elkaar binnen de organisatie en van andere organisaties. Bijvoorbeeld inzet van E-Health/online behandelprogramma’s, zorg op afstand (bv. met beeldbellen), stress- en signaleringsapps of Virtual Reality. We vroegen: hoe is jouw organisatie hiermee bezig? 36% maakt geen gebruik van innovaties maar wil er wel meer over weten. 21% geeft aan dat dit niet passend is bij de zorg die zij leveren. 43% geeft een ander antwoord.
Samenleving
Onderdeel zijn en zich onderdeel voelen van de samenleving geeft zin in het leven. Een belangrijke rol voor hulpverleners is om samen met cliënten te werken aan hun eigen plek in de samenleving. De woonzorgorganisatie vormt een brug tussen de cliënt en de samenleving. De pijler samenleving past bij de kernwaarde van CBZ: “de leden van CBZ zijn geworteld in de samenleving. Ze hebben veel contact met lokale verenigingen, organisaties en bedrijven. Ze kennen ook de thuissituatie van hun deelnemers goed”.
De deelnemers aan dit kwaliteitsbeeld geven hier vorm aan door cliënten actief te verbinden met hun omgeving. Dit gebeurt via werk, dagbesteding, vrijwilligerswerk en deelname aan verenigingen, sportclubs en kerkelijke netwerken. Er wordt maatwerk geboden: per cliënt wordt gekeken naar wensen, mogelijkheden en tempo, waarbij begeleiding gericht is op activering én ondersteuning.
Daarnaast onderhouden organisaties nauw contact met lokale partners, bedrijven en welzijnsorganisaties en betrekken zij het sociale netwerk van cliënten (zoals familie en buurt). Activiteiten zoals open dagen, evenementen en gezamenlijke projecten versterken de verbinding tussen cliënten en de gemeenschap.
Werken in bijvoorbeeld horeca, winkels, onderhoud of externe werkplekken helpt cliënten om praktische ervaring op te doen en sociale contacten te ontwikkelen. Over het geheel staat het vergroten van zelfstandigheid, zingeving en sociale betrokkenheid centraal.


Samenwerken
Professionals werken samen om de zorg voor de cliënt zo goed en dichtbij mogelijk te organiseren. Naast hulpverleners van de woonzorgorganisatie kan gedacht worden aan de huisarts, behandelaars, het buurtteam, de gemeente, welzijnswerk, organisaties van dagbesteding, vrijwilligers, werkgevers, enz. De professionals delen hun kennis met elkaar en leren en ontwikkelen samen.
Samenwerking met andere organisaties
Leren en ontwikkelen
Leren en ontwikkelen is een continu proces. Het draagt bij aan de kwaliteit van zorg en de professionalisering van medewerkers. Dit gebeurt op verschillende niveaus: individueel, in teams en samen met bewoners en hun naasten. Een open en veilige leeromgeving is daarbij essentieel, zodat medewerkers zich vrij voelen om ervaringen te delen, vragen te stellen en van elkaar te leren.
Melden van incidenten
Incidenten worden geregistreerd als Melding Incident Cliënt (MIC) in ONS Nedap en steekproefsgewijs gecontroleerd door de zorgconsulenten van CBZ, ter voorbereiding op het bedrijfsbezoek. In geval van een calamiteit dan wordt er samen met CBZ onderzocht of er melding gedaan moet worden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. In 2025 hebben zich geen meldingsplichtige situaties voorgedaan bij leden die onder het kwaliteitskader woonzorg in de langdurige GGZ vallen.
Leren en verbeteren
Het doel van het melden van incidenten is om ervan te leren en verbeteren. Hoe zorgaanbieders dat doen, kan verschillen. In dit kwaliteitsbeeld zoomen we in op de manier waarop cliënten of verwanten worden betrokken bij het leren van incidenten. We zien dat 64% cliënten of verwanten achteraf geïnformeerd worden over verbetermaatregelen. In 14% denken cliënten of verwanten actief mee over verbetermaatregelen, of worden zij actief betrokken bij het proces rond mic’s. Bij 21% (3 zorgondernemers) worden cliënten of verwanten meestal niet betrokken bij het leren van incidenten.
Veilige cultuur
We vroegen hoe zorgondernemers een veilige cultuur van leren en ontwikkelen stimuleren. Alle zorgondernemers geven aan dat zij zich inzetten op het veilig kunnen melden en bespreken van incidenten. Daarbij geeft men het belang aan van het eenvoudig en laagdrempelig kunnen melden (93%) en een zichtbare terugkoppeling van wat is geleerd of verbeterd (71%). Leidinggevenden geven het goede voorbeeld (71%) en er wordt geïnvesteerd in scholing en/of bewustwording (71%).
Meten kwaliteit herstelondersteunende woonzorg
Meten van het resultaat van de kwaliteit van herstelondersteunende woonzorg kan aanleiding geven tot leren en ontwikkelen. We zien dat de meeste zorgondernemers (50%) de inzet van (interne) audits gebruikt om dit te doen. 21% gebruikt intercollegiale toetsing en 7% (1 zorgondernemer) gebruikt een meetmethode zoals ROPI, I.ROC of ART monitor. 3 zorgondernemers geven aan het resultaat of de kwaliteit van zorg niet te meten.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek
Leren van medewerkers tevredenheidsonderzoek maakt ook deel uit van leren en ontwikkelen. De resultaten daarvan worden voor 93% altijd of meestal besproken met medewerkers. In 86% draagt het altijd of meestal bij aan verbeteren van werkomstandigheden, 86% leidt altijd of meestal tot scholing, coaching of begeleiding. In 86% leiden de resultaten altijd of meestal tot het aanpassen van werkprocessen of roosters en 79% worden resultaten altijd of meestal gebruikt voor HR of personeelsbeleid.
We vroegen de deelnemende zorgondernemers hoe CBZ leden kan ondersteunen in het voldoen aan het kwaliteitskader woonzorg in de langdurige GGZ. Hieruit blijkt dat leden behoefte hebben aan informatie via mail, de ledennieuwsbrief en het ledenportaal. Daarnaast is er behoefte aan (een) bijeenkomst(en) over dit onderwerp (8 leden geven dit aan).
Tot slot vroegen we de deelnemende leden waar zij trots op zijn in relatie tot de kwaliteit van zorg. In de antwoorden valt op dat men belang hecht aan:
- De samenwerking met andere organisaties, het netwerk van de cliënt en de omgeving van de zorgorganisatie,
- Investeren in contact met, nabijheid en betrokkenheid bij de cliënt. Zich richten op succeservaringen en op wat de individuele cliënt motiveert,
- Deelname aan de samenleving, het hebben van een zinvolle daginvulling,
- Methodisch werken en aandacht hebben voor de groepsdynamiek.


